Normaal gesproken beslissen gemeenten via bestemmingsplannen over de ruimtelijke ordening in ons land. Bij projecten van nationaal belang, zoals de Randstad 380 kV-verbinding, trekt het Rijk de besluitvorming naar zich toe. Dat gebeurt via de Rijksprojectenprocedure. Het Rijk moet toestemming vragen aan het parlement om een Rijksprojectbesluit te nemen via bijvoorbeeld een planologische kernbeslissing.
In 2006 heeft de Eerste Kamer de nieuwe Wet ruimtelijke ordening aangenomen. Deze wet bevat nieuwe regels voor de ruimtelijke ordening in ons land en is op 1 juli 2008 in werking getreden. Dit betekent dat een deel van de besluitvorming rondom de nieuwe hoogspanningverbinding volgens de oude wetgeving loopt en een deel volgens de nieuwe.
Eén van de nieuwe regels is de Rijkscoördinatieregeling. Deze regeling komt in de plaats van de Rijksprojectenprocedure uit de oude Wet Ruimtelijke Ordening. De Rijkscoördinatieregeling is bedoeld om bij grote projecten – zoals de aanleg van hoogspanningsverbindingen – efficiënter besluiten te nemen zonder dat dit de rechtsbescherming van burgers aantast. De inspraak op de verschillende besluiten blijft bestaan, maar de inspraakmomenten worden meer gebundeld dan bij een gewone procedure.
De voorbereidingen voor het ruimtelijk besluit van de Randstad 380 kV-verbinding vinden plaats volgens de Rijksprojectenprocedure. Er is een planologische kernbeslissing opgesteld en een projectminister aangewezen, de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Deze stelt het ruimtelijk besluit vast en coördineert alle vervolgbesluiten (bijvoorbeeld bouwvergunningen, milieuvergunningen en kapvergunningen).
Het ruimtelijk besluit over de nieuwe Randstad 380 kV-verbinding gaat volgens de regels van de Rijkscoördinatieregeling. Het ruimtelijk besluit heet dan geen Rijksprojectenbesluit meer, maar Rijksinpassingplan. Hierin wordt het exacte tracé van de hoogspanningsverbinding vastgelegd.
_groot.jpg)